Navigation Menu+

Voor Philippe

Posted on Aug 31, 2016 by in Vie | Hors Categorie | 0 comments

Zwembad

Ik ben zot van water. Ik kan eindeloos genieten van een verkwikkende douche of een warm bad. Van dobberen in een floatingbad op een koude winteravond, kijkend naar de donkere hemel. Van rustig door de branding wandelen of net volkomen losgeslagen door de golven springen. Van kanoën door een prachtig meer. Van surfen en SUPpen op zee. Van yoga op het water, op een plank dan wel, vooralsnog kan ik nog niet over water stappen of erop staan… 😉 En ik ben ook zot van ‘gewoon’ zwemmen, van baantjes trekken in het zwembad. Van het gevoel tijdens het zwemmen, het water dat langs m’n huid en tussen m’n vingers door glijdt. Van de flow waar in na een paar baantjes in terecht kom. Van het frisse, zachte gevoel dat ik nadien ervaar, de rugpijn die me regelmatig parten speelt is dan helemaal weggeëbd. En natuurlijk – ik hou wel van een cliché af en toe –  geniet ik ook van de zwemmers met het goddelijk gespierde lijf die er in dat zwembad opduiken. “Die mag me wel eens redden!”, droomde ik. Een paar weken later – plots kon ik totààl niet meer zwemmen – deed die ene dat ook echt, l was het iets minder romantisch dan ik me had voorgesteld.

Eind vorig jaar kwam m’n neef Philippe, de zoon van m’n nonkel die tevens ook m’n dooppeter is, om het leven bij een arbeidsongeval. ’s Ochtends vertrok Philippe blijgezind naar z’n werk. Een paar uur later was hij er niet meer. Z’n dood raakte me diep. Ook al zagen we elkaar niet zo vaak, een familieband is en blijft bijzonder. Om hen te steunen ging ik dan ook – tegen beter weten in – naar de ‘laatste begroeting’ en naar de begrafenis. Tegen beter weten in omdat ik daar echt niet goed tegen kan, ik slorp de emoties op en kan ze nadien moeilijk van me af kan zetten. Zo gebeurde ook met m’n neef. Een paar dagen na de begrafenis ging ik zwemmen. In het diepe blauw dook dat ene laatste beeld weer op, ik probeerde het van me af te zwemmen wat me niet lukte die dag. Ik geloof dat je je angsten onder ogen moet zien, en dus ging ik een paar dagen nadien gewoon weer zwemmen. Hetzelfde scenario herhaalde zich: het water kleurde gitzwart, m’n armen en benen voelden als verlamd, ik geraakte geen meter vooruit. Nog gaf ik niet toe, de volgende keer ging ik zwemmen zonder m’n zwembril zodat ik niet in het diepe blauw hoefde te kijken. Het beeld bleef echter voor m’n ogen verschijnen, tranen stroomden over m’n wangen, ik kreeg geen lucht. “Gaat het een beetje?”, vroeg de reddende zwemgod me wat later. “Neen, niet echt”, was mijn karige antwoord waarna ik afdroop.

Mijn neefje, de oudste van m’n broer, is zot van water. Het surfen en de SUP heeft hij nog niet ontdekt – dat zal ik hem nog wel leren 🙂 – ravotten in het water en zwemmen doet hij echter dolgraag.  Twee weekjes geleden brachten we samen een middag kwalitijd door, hij mocht kiezen wat we zouden gaan doen. “Naar het zwembad!!!!”, glunderde hij al een paar dagen van tevoren. Op de dag zelf had ik ontzettende rugpijn, zo erg dat ik er me helemaal ellendig van voelde. Ik had echter het hart niet om onze afspraak – waar hij zo naar uitkeek – te annuleren en zette m’n grootste glimlach op. Ik ben de tel kwijt geraakt van het aantal keren dat we door de glijbanen zijn gegleden, dat hij in het water is gedoken en blij proestend weer boven kwam, van het aantal baantjes dat hij in z’n uppie – ik kan heus wel alleen zwemmen hoor! – heeft gezwommen. “Dank je wel, lieve tante Vicky”, lachte hij gelukzalig. Ik denk dat ik echter diegene ben die hem moet bedanken. Die avond was m’n rugpijn weer verdwenen, en toen die twee dagen later weer kwam zeuren wist ik wat me te doen stond: baantjes gaan trekken in het zwembad.

Voor het eerst in een paar maanden keek ik weer in het diepe blauw, stralend helder. “Waar was je nou!”, vraagt Philippe me. Dat ene beeld van toen is verdwenen, ik zie hem gewoon weer voor me zoals hij was. Ik lach, een oprechte lach die diep vanbinnen in me opborrelt. Geloof me, da’s echt geen goed idee als je met je hoofd onder water zit te zwemmen… Proestend en hoestend kom ik boven. “Gaat het een beetje?”, vraagt de goddelijke zwemmer naast me. “Ja hoor, heel goed zelfs!”, grijns ik. Ik bedenk een knotsgekke status die ik over dit verhaal op facebook zou kunnen posten, zeker wetend dat Philippe één van de eerste zou zijn die hem leuk zou vinden. Ook al hoorden of zagen we elkaar niet vaak, we deelden dezelfde humor en “joie de vivre”. Ik weet eigenlijk helemaal niet of hij van zwemmen hield, maar sinds die dag ga ik weer een paar keer per week baantjes trekken en zwemt hij – stralend – met me mee. Ik kan hem weer zien als de toffe, sociale en goedlachse – we zijn nu eenmaal familie ( hij grijnst, ‘dit vind ik leuk!’ ) – man die hij altijd was.

Die hij altijd zal zijn. Rust zacht, kozze!

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *