Navigation Menu+

Dansen in de hemel

Posted on Nov 1, 2016 by in Vie | Hors Categorie | 1 comment

Sterrenhemel

Het is alweer vier jaar geleden dat ik onderstaande tekst heb geschreven. Vandaag laat ik hem, dansend op de pianotonen van Ludovico Einaudi’s ‘Fly’, de cyberwolken in vliegen. Voor mooie mensen – familie en vrienden – die mijn leven hebben gekleurd, en weer tot sterrenstof zijn vergaan. Dank je voor de mooie herinneringen, voor de wijze lessen die jullie me hebben geleerd. En ja, Pappi, je had helemaal gelijk wat die superverhalen betreft… Opa’s – en oma’s – hebben altijd gelijk! 😉

 

Dansen in de hemel

Vroeger kon ik gemakkelijk ontsnappen aan het verplichte 1 november bezoek aan het kerkhof. Ik werkte in een ploegensysteem en moest die dag altijd werken, of beter: daar koos ik zelf voor. Ik hou niet van de sombere mensenmassa die dan over de begraafplaats loopt. Ik krijg kippenvel van de kille sfeer die er – ondanks de vele kleurige bloemen en planten – heerst. Het brengt me altijd aan het huilen. Terwijl alle andere dagen van het jaar, in kleine en grote dingen, net blije herinneringen aan mijn overleden familie voorbij dwarrelen.

De oude man op z’n fiets…  Ik zie Nonkel Jef nog zo thuiskomen na een uitje op zijn oude, groene, stalen koersfiets. Soms fietst hij schots en scheef. Als kind dacht ik dat het kwam doordat hij z’n zakken gevuld had met chips en ‘flirt’ – een snoepreep met chocola en hazelnoten – die hij voor ons meebracht. Ik geloof dat nu nog altijd, zeker op momenten dat ik zelf… 😉

Als ik aan het chatten ben met een van m’n Maltese piloten ga ik wel eens op zoek naar de vertaling van een woord dat ik niet begrijp. Dan denk ik ineens aan Moessie die rond haar 70e nog een cursus Engels ging volgen,. Ze vroeg mij om hulp bij het schrijven van brieven naar een Amerikaanse vriendin. Wat was ze toch een wondermooie straffe madame, glimlach ik dan. 

Het ricola-snoepje dat ik in de auto in m’n mond stop, en meteen zie ik de twinkelende ogen van Pappi verschijnen in m’n achteruitkijkspiegel. Hij had altijd een potje in de auto staan. Eigenlijk mochten we niet snoepen maar hij… 🙂

De knuffelbeer die ik van m´n meter kreeg bij mijn geboorte, en die elke nacht dicht bij me slaapt. Behalve als er een nieuwe vriend blijft slapen. Dan stop ik knuffel vakkundig weg in het nachtkastje. Wanneer ik hem de dag nadien uit zijn hachelijke positie wil bevrijden, is ‘ie boos en zegt ‘ie me dat ik de komende nacht maar alleen moet slapen. Een knuffel weigert ‘ie koppig. “Ik ben geen knuffelbeer maar een olifant. Olifanten knuffelen niet!” Wanneer ik midden in de nacht wakker word van de kou weet ik dat Fant toch bij me in bed is gekropen. Hij heeft namelijk de gewoonte om het donsdeken helemaal naar zich toe te trekken. Ik neem hem stevig in m’n armen en met het donsdeken lekker warm om ons heen gewikkeld, reizen we samen naar dromenland. 

Ondertussen werk ik niet meer in shiften en is Allerheiligen officieel een vrije dag. En ga ik netjes zoals de traditie het van me verwacht naar het kerkhof. Maar wel pas vlak voor sluitingsuur, wanneer er bijna geen bezoekers meer zijn. Dan kan ik in rustig naast de grafsteen gaan zitten en in alle stilte een praatje maken. Vorig jaar zou ik vlak na Allerheiligen alleen naar Israël vertrekken. Ik was toch een beetje bang, Pappi zei dat alles goed zou komen. En meter – diepgelovig – was gelukkig omdat ik naar Bethlehem zou gaan. Ze weten ondertussen alles over mijn Bijbelse en andere avonturen in het land van Melk en Honing.

Dit jaar heb ik niet zo’n spannende vooruitzichten.
Pappi lacht breed, en z’n ogen twinkelen ondeugend.  “Maar ik heb wel een leuk nieuwtje”, vertelt hij me. “Moessie en ik hebben deelgenomen aan het HWK, het HemelsWereldKampioenschap stijldansen.”
Pappi ziet de verbaasde blik op mijn gezicht. Kort voor ze stierf moesten de dokters het been van Moessie amputeren. Hoe kan ze dan…?
“Ha”, lacht Pappi, “wij hebben hier hele goeie dokters en chirurgen! Je oma kreeg hier gewoon een nieuw been.”
Ik glimlach. “Dus jullie dansen daar, in de hemel?”
“Ja”, antwoordt Pappi, “we oefenen elke dag. En gisteren vertegenwoordigden we België op het HWK!”
Ik zie hen al pirouettes draaien, gracieus en vederlicht over de dansvloer zwevend.
“En jullie hebben gewonnen!”, roep ik uit.
Pappi blinkt van trots en knikt. “En dat hebben we uiteraard uitgebreid gevierd. Je meter heeft voor de catering gezorgd. Nonkel Jef fietste achteraf een beetje schots en scheef door de wolken.”
Dikke tranen biggelen ondertussen over m’n wangen.
“Hé meisje.”, fluistert Pappi, “Het komt wel goed. Volgende keer is het terug jouw beurt om een superverhaal te vertellen! Ik weet het zeker.”
’Meisje.’ Het klinkt als een tedere streling over m’n bol, aangenaam geruststellend. Ik glimlach door m’n tranen heen. “Dank je, beschermengel Pappi.”

Ik heb zin om naar de auto te huppelen. Een ouder koppel wandelt me voorbij. Ze kijken somber en bedrukt, ik wil hen niet bruuskeren en stap zachtjes verder,  m’n hart maakt de huppelsprongetjes… Op weg naar huis eet ik een ricola snoepje. Zwaai ik naar een oude man die voorbij fietst. En vraag ik me af hoe ik ‘Dansen in de hemel’ zou vertalen naar het Engels. Terug thuis ren ik de trap op, en beloof ik Fant plechtig dat ik hem nooit meer in het nachtkastje zal verstoppen.  Hij kijkt me bezorgd aan:”Wat als er dan een nieuwe vriend blijft slapen? Gaat die dan niet denken dat jij diegene bent die snurkt en het donsdeken naar zich toe trekt?” Ik neem hem in m’n armen, we dansen door de kamer tot we sterren zien. Terwijl vertel ik hem dat je nu eenmaal risico’s moet nemen in het leven. Da’s leven.

1 Comment

  1. Hoi Vie,

    Heel herkenbare kleine dingen over Moessi en Peter 😉 en een mooi verhaal! x Geert

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *